We leven in tijden waarin het nieuws ons overweldigt: oorlogen die lijken nooit te eindigen, en de verschrikkelijke situatie in Israël Palestina, waar een genocide niet beëindigd is maar verder gaat. Waar twee verwante volkeren gegijzeld worden door sektarische ideologie en die ook hier in Europa en in de VS als Christenzionisme rondwaart. Leiders die de waarheid vervormen, en een gevoel dat de fundamenten van onze samenleving wankelen. Het is begrijpelijk dat je je afvraagt: ‘Is er nog wel hoop? Kan mijn stem wel iets veranderen?’ Maar juist daarom komen we bijeen in de kerk. Niet om de wereld te ontsnappen, maar om samen te zoeken naar de moed om het kwade te weerstaan.
De teksten van Jesaja, de Psalmist en Jezus nodigen uit om ons te herinneren dat hoop geen naïeve droom is, maar een krachtige daad van verzet. Dat stilte niet altijd vrede brengt, en dat wij, elk op onze eigen manier, ‘zout’ en ‘licht’ kunnen zijn in een wereld die dat dringend nodig heeft. Onze kracht ligt niet in een hogere macht, maar in onze solidariteit, onze verbondenheid met elkaar. Leven in de modus van hoop en vertrouwen geeft mij moed om te realiseren wat mogelijk is. Wij noemen het nu ‘het goede leven voor allen’. Zoals Etty Hillesum eens bad:
“Wat we in deze tijd kunnen redden, waar het op aankomt is: een stukje van het leven in onszelf, verantwoordelijk zijn voor elkaar, we noemen je soms God.”
Laten we nu de oude verhalen uit de bijbel openen. Ik kijk naar de teksten niet als openbaring van een bovennatuurlijke entiteit (identiteit), maar als getuigen van diepe menselijke wijsheid over onze verbondenheid, onze ethische verantwoordelijkheid en de kracht van solidariteit. De volgende drie teksten vormen samen een reis van hoop naar actie:
Van de visie op de toekomst, via de klacht over het heden, naar de verantwoordelijkheid in het nu. Wat zeggen deze teksten ons in deze tijd?
Visioen van Jesaja 65: ‘Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde’ ?
17 Zie, Ik schep een nieuwe hemel en een nieuwe aarde.
Wat er vroeger was raakt in vergetelheid,
het komt niemand ooit nog voor de geest.
……
25 Wolf en lam zullen samen weiden,
een leeuw eet stro, net als een rund,
en een slang zal zich voeden met stof.
Niemand doet kwaad, niemand sticht onheil
op heel mijn heilige berg – zegt God.
Jesaja schetst een wereld waar de wolf en het lam samenwonen. Laten we eerlijk zijn: die wereld bestaat nog niet. En misschien vraag jij je af: ‘Is dit niet gewoon een mooie droom? Een vlucht uit de harde realiteit?’
Ik zeg je: nee. Deze tekst is geen vlucht. Het is de moed van jouw droom. Die droom is geen passief wachten. Het is een ethisch kompas dat in jou zit. Als jij gelooft dat een wereld zonder geweld mogelijk is, dan is de huidige oorlog in Gaza, de strijd in Oekraïne en het lijden van vluchtelingen geen ‘natuurlijke orde’, maar een helse afwijking die jij niet kunt accepteren. De moed om het kwade te weerstaan, begint bij jou. Bij het moment dat jij zegt: ‘Zo gaat dat niet. Dit is niet normaal.’ Het begint met het weigeren om te zeggen ‘zo gaat dat nu eenmaal’.
Concretisering: Denk aan de architecten die weigeren te bouwen voor regimes die mensenrechten schenden. Of aan de landbouwers die weigeren pesticiden te gebruiken die de bodem doden, omdat ze geloven in een toekomstige vruchtbare aarde.
Jouw droom is de brandstof. Wij krijgen geen nieuwe hemel en nieuwe aarde die ons wordt aangeboden. Wij creëren die nieuwe wereld door jouw specifieke keuze om niet mee te gaan in het cynisme. Hoop is de rode draad in jouw leven: het kan anders. De dood zal niet de overhand krijgen, zolang jij maar blijft dromen en handelen.
Psalm 94 (hertaling van Huub Oosterhuis):“Hoe lang nog duld jij het moorden?”
God der wrake, verschijn, roept deze psalm wanhopig.
Sta op, rechter der aarde. Hoelang nog duldt Gij het moorden?
God der wrake, waarom toch triomferen de schenders?
Verkrachten zij onze kinderen, wurgen de arme zwerver?
God der wrake, hoe wreekt Gij uw weggegooide mensen?
Ziet Gij wel wat er gebeurt? Hij ziet niets, hoont de schender.
Stomkop, wie gaf jou oren wie gaf jou ogen. En Hij zou
niet weten? Maar waarom zwijgt Hij? God der wrake. Verschijn.
*
Zoet als de zoetste honing is de wraak van zijn woord,
dat waar is, en moedig, bij machte een nieuwe wereld te winnen.
Het zal als zaad in de aarde vallen – sterven – ontkiemen.
Het zal opstaan in menden die het kwade weerstaan.
Het zal tot inzicht worden, tot mededogen en rechtspraak,
Het wordt in mensen geweten boven de chaos uit.
Kracht die het ergste onrecht met zoveel goed zal vergelden
dat het de schender vergaan zal als een luchtbel in vuur.
Gij die uw gemeente bijeenroept hier en waar ook ter wereld:
wees in uw woord aanwezig. Leer ons de wrake af.
De Psalmist schreeuwt: ‘Hoe lang nog?’ Misschien voel jij die schreeuw ook wel. Die onrust in je maag als je het nieuws ziet. Die vraag die je niet kunt verdragen: ‘Hoe lang nog duldt de wereld dit moorden?’
Voor mij is deze schreeuw geen gebed tot een hemelse rechter, maar de stem van jouw eigen geweten. Het is de diep-menselijke weigering om onrecht te tolereren. Stilte is hier geen deugd; het is medeplichtigheid. Het kwaad gedijt in de anonimiteit, in de wollige taal van bestuurders die de complexiteit verkiezen boven de heldere waarheid.
De secretaris-generaal van Amnesty International spreekt over een tijd van roofdieren en lafaards. De roofdieren: leiders die nietsontziend dominantie nastreven. De lafaards: landen die toekijken en het laten gebeuren zonder tegenwicht.
Concretisering: Denk aan Francesca Albanese, de VN-rapporteur voor de Palestijnse gebieden. Zij weigert te zwijgen, ondanks de persoonlijke terreurcampagne die tegen haar wordt gevoerd en het zwijgen van onze eigen premier die ‘schone handen’ wil houden. Haar ‘Hoe lang nog?’ is de stem van het geweten die we nodig hebben.
Jouw roeping is om die stilte te doorbreken. Om de namen van de slachtoffers te noemen. Om te zeggen: ‘Dit is niet acceptabel.’ Zolang jij zwijgt, geef jij het kwaad de ruimte. Jij bent degene die moet spreken.
Matteüs 5: “Jullie zijn het zout der aarde, het licht van de wereld”
13 Jullie zijn het zout van de aarde. Maar als het zout zijn smaak verliest, hoe kan het dan weer zout worden gemaakt? Het dient nergens meer voor, het wordt weggegooid en vertrapt
14 Jullie zijn het licht voor de wereld. Een stad die op een berg ligt, kan niet verborgen blijven. 15 Je steekt ook geen lamp aan om hem vervolgens onder een korenmaat weg te zetten, nee, je zet hem op een standaard, zodat hij licht geeft voor ieder die in huis is. 16 Zo moet jullie licht schijnen voor de mensen, zodat zij jullie goede daden kunnen zien en eer bewijzen aan jullie Vader in de hemel.
Jezus zegt: ‘Jullie zijn het zout der aarde, het licht van de wereld.’ Laten we dit niet zien als een opdracht van een hogere macht, maar als een erkenning van jouw eigen verantwoordelijkheid.
Er is geen externe redder. Jij bent de agent van verandering.
Ons licht schijnt niet om onze eigen eer, maar om de waardigheid van elk mens en de gezondheid van onze planeet.
Concretisering: Denk aan Franky en Coen, de patatbakkers uit het zuiden van Nederland. Zij bakken gratis patat in het Oosten van de Oekraïne en steken zo de mensen een krachtig hart onder de riem. Zij staan niet alleen voor. Achter de schermen werkt een bijzonder team: van Alexander in Dnipro tot Denys aan het front, van Tommy in het magazijn tot Galina in de keuken.
Zij zijn het zout dat bederf tegenhoudt en het licht dat de duisternis van de oorlog doorbreekt.
Of denk aan onze kinderen en kleinkinderen die beseffen dat zij met hun kracht en financiële middelen moeten ingrijpen voor het behoud van democratie, voor de aarde en onze mededieren.
Elke keer dat jij een vluchteling helpt, dat jij spreekt tegen discriminatie, of dat jij gewoon aanwezig bent voor iemand in nood, ben jij het zout en het licht. Jij kunt dat pad ook bewandelen.
Jij bent het licht.
Geschreven door: ds. Silvio Roduner. (Bewerking van liturgie voor DoRe-Kerk Dokkum)